ZOPICLONLaatste bijwerking : 2026.05.21 |
|||||||||
| Synoniem: | |||||||||
| Toedieningsweg: | oraal | ||||||||
| Klasse(n): | |||||||||
| Preconceptie | 0-3 | 4-6 | 7-9 | Perinataal | Borstvoeding | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| check II | check I | check II | check II | check II | check II | |
| geen info | geen info | geen info | ||||
Uit humaan onderzoek blijkt geen teratogeniciteit na therapeutische inname van eszopiclone (diastereoisomeer van zopiclone) tijdens het eerste trimester. In een latere fase van de zwangerschap moet wel rekening gehouden worden met ongewenste, vooral sedatieve, effecten en ontwenningsverschijnselen bij de pasgeborene.
Bij het geven van borstvoeding kunnen ongewenste effecten, vooral sedatie, niet uitgesloten worden.
Indien zopiclon voorgeschreven wordt aan vrouwen in de vruchtbare leeftijd, dienen zij geadviseerd te worden dat zij, indien zij zwanger willen worden of denken dat ze misschien zwanger zijn, hun arts moeten contacteren betreffende de stopzetting van de behandeling [SKP Zopiclon EG 10 2025].
Verminderde libido werd gemeld als een zeer zeldzaam ongewenst effect (< 1 op 10.000) [SKP Zopiclone EG 10 2025].
In twee onderzoeken bij ratten was de vruchtbaarheid verminderd, terwijl zopiclon geen nadelige effecten had op de vruchtbaarheid bij konijnen [SKP Zopiclon EG 10 2025].
Er zijn gegevens bekend over 11.652 zwangerschappen (Medicaid) en 10.862 zwangerschappen (Market Scan) tijdens dewelke de moeder Z-hypnotica gebruikte in het eerste trimester. Beide gegevensbanken zijn gesitueerd in de Verenigde Staten. Het is niet duidelijk of dezelfde patiënten in beide gegevensbanken konden voorkomen. Zopiclone werd gebruikt in 6,8% van de gevallen (n=1531). Het relatief risico voor misvormingen was 1.01 (95% betrouwbaarheidsinterval = 0.95-1.08). Er werd nagetrokken of er een specifiek risico bestond voor gastro-intestinale, cardiologische of neurologische defecten. Uit deze resultaten blijkt dat het gebruik van Z-hypnotica niet leidt tot een significant hoger risico op algemene of specifieke congenitale misvormingen. Er werd geen afzonderlijke analyse uitgevoerd voor zopiclone. De publicatie gaat over eszopiclone, het S-diastereoisomeer van het racemisch mengsel zopiclone (diastereoisomeren verschillen van elkaar in ruimtelijke structuur en kunnen verschillende eigenschappen bezitten) [Fung et al. 2026].
De bijsluiter vermeldt dat zopiclone niet mag gebruikt worden tijdens zwangerschap, tenzij dat absoluut noodzakelijk is. Die vermelding kadert in het feit dat, naast zopiclone, nog andere mogelijkheden bestaan om slaapproblemen aan te pakken [SKP Zopiclone EG 10 2025].
Dierexperimenteel:Een vertraging van de foetale groei en foetotoxische effecten bij ratten en konijnen werden enkel waargenomen aan doses die de maximumdosering voor de mens ruim overschreden. Er werd geen teratogeen potentieel aangetoond [SKP Zopiclone EG 10 2025].
Tweede trimester:Zie eerste trimester.
Dierexperimenteel:Geen specifieke informatie beschikbaar.
Indien zopiclon om dwingende medische redenen gedurende de laatste drie maanden van de zwangerschap of tijdens de bevalling wordt voorgeschreven, kunnen, ten gevolge van de farmacologische eigenschappen van het product, effecten op de neonaat zoals hypothermie, hypotensie, hypotonie, ademhalingsdepressie en verminderde zuigreflex (“floppy infant syndrome”) worden verwacht. Bij pasgeborenen van moeders die langdurig zopiclon hebben gebruikt tijdens de laatste maanden van de zwangerschap kunnen ten gevolge van de ontwikkeling van lichamelijke afhankelijkheid onthoudingsverschijnselen optreden [SKP Zopiclon EG 10 2025][BCFI 05 2026].
NVDR: opvolging van pasgeborenen is noodzakelijk, omwille van mogelijke onttrekkingsfenomenen.
Dierexperimenteel:Geen specifieke informatie beschikbaar.
Perinataal (steeds rekening houden met de gegevens bij de actuele trimester) :Zie derde trimester.
Dierexperimenteel:Geen specifieke informatie beschikbaar.
Opvolging :Geen specifieke informatie beschikbaar.
Dierexperimenteel:Geen specifieke informatie beschikbaar.
L2
De veiligheid van het gebruik tijdens de borstvoeding werd niet vastgesteld. Zopiclone en zijn werkzame metabolieten worden in de moedermelk uitgescheiden. Hoewel de concentratie in de moedermelk zeer laag is, raadt de bijsluiter af om zopiclon voor te schrijven aan vrouwen tijdens de borstvoedingsperiode [SKP Zopiclone 10 2025].
Met een M/P ratio van 0.51 zou 1.4% van de moederdosis overgaan in de moedermelk [Hale].
Occasioneel gebruik van zopiclone tijdens het geven van borstvoeding wordt aanzien als voldoende veilig. Occasioneel gebruik wordt niet verder gedefinieerd, en de zuigelingen worden gekarakteriseerd als ‘oudere zuigelingen’ (cf. mogelijkheid dat deze zuigelingen, minder frequent borstvoeding krijgen omdat ook al andere voeding wordt gegeven). Er worden geen ongewenste verschijnselen gesignaleerd wanneer een pauze van 8 tot 10 uur in acht wordt genomen tussen een dosis van 7,5 mg zopiclone en de eerstvolgende voeding (n=12). Er wordt een casus gemeld van een moeder die 4x daags 3,75 mg zopiclone nam tijdens zwangerschap en na 30 weken een tweeling ter wereld bracht. De baby’s vertoonden ontwenningsverschijnselen, die verdwenen wanneer de moeder na één week voor 2/3 borstvoeding begon te geven aan haar kinderen. Dat wijst op een zekere passage van zopiclone in moedermelk, wanneer relatief hoge doses worden gegeven. De zuigelingen moeten wel geobserveerd worden voor ongewenste effecten zoals sedatie, weinig eetlust en zwakke gewichtstoename [LACTMED 05 2026].
Dierexperimenteel:Geen specifieke informatie beschikbaar.
| Preconceptie | Zwangerschap | Borstvoeding | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (ja) III | (ja) III | |||||
| geen info | geen info | ← Condoom gebruiken / Onthouding | ||||
Tot nog toe wordt geen beïnvloeding van vruchtbaarheid gemeld, wel verminderde libido als zeer zeldzaam ongewenst effect.
Tot nog toe wordt geen beïnvloeding van vruchtbaarheid gemeld.
Verminderde libido wordt vermeld als een zeer zeldzaam ongewenst effect (< 1 op 10.000) [SKP Zopiclone EG 10 2025].
Dierexperimenteel:In twee onderzoeken bij ratten was de vruchtbaarheid verminderd, terwijl zopiclon geen nadelige effecten had op de vruchtbaarheid bij konijnen [SKP Zopiclone EG 10 2025].
Zopiclon wordt in de urine (ongeveer 80%) in de vorm van ongeconjugeerde metabolieten (N-oxide en N-demethylderivaten) en in de feces (ongeveer 16%) uitgescheiden. Het is niet duidelijk in hoeverre overgang via sperma gebeurt [SKP Zopiclone EG 10 2025].
Dierexperimenteel:Geen specifieke informatie beschikbaar.
Fung K, Straub L, MS, Bateman B, et al. Z-Drug Use in the First Trimester of Pregnancy and Risk of Congenital Malformations. JAMA Psychiatry. 2026;83(2):162-171. doi: 10.1001/jamapsychiatry.2025.3874
Geen specifieke informatie beschikbaar.
Geen specifieke informatie beschikbaar.