Cybele

Geneesmiddelen voor en tijdens de zwangerschap en bij borstvoeding

  • % Eiwitbinding
  • Eiwitbinding in %
  • Procent eiwitbinding
De meeste geneesmiddelen binden zich op plasma-albumine. De fractie die aan eiwit gebonden is, is minder beschikbaar voor overgang naar de moedermelk. Daarmee kan rekening gehouden worden bij de keuze van het geneesmiddel.
  • Amniocentese
Transabdominale punctie van de zwangere baarmoeder met de bedoeling vruchtwater te krijgen voor onderzoek (= amnionpunctie).
  • Amnionvocht
Vruchtwater
  • APA syndroom
Astma bronchiale + polyposis nasi + aspirine-overgevoeligheid
  • Biodisponibiliteit
  • Biologische beschikbaarheid
Biologische beschikbaarheid : De relatieve biologische beschikbaarheid bepaalt hoeveel er procentueel van het geneesmiddel wordt geabsorbeerd na orale toediening. Het percentage wordt uitgedrukt in % ten opzichte van parenterale toediening.  Een lage biologische beschikbaarheid kan nuttig zijn voor de baby bij borstvoeding omdat er dan naar alle waarschijnlijkheid weinig geneesmiddel via de darm wordt opgenomen.
  • Carcinogeen
Kankerverwekkend, een factor die mede kan geven tot kwaadaardige tumoren
  • Chloasma
Vlekkige geelbruine huidverkleuring, voornamelijk op het voorhoofd en rond de oogholte (bv. bij zwangere vrouwen (zwangerschapsmasker)).
  • Chloasma gravidarum
Chloasma als gevolg van overproductie van melanotropine in de zwangerschap
  • Cholestase
Galstuwing: wanneer de gal niet kan afvloeien naar de darm. De oorzaak : intrahepatisch (dikwijls door medicatie) of extrahepatisch (meestal ten gevolge van een verstopping van de grote galweg door een steen of door compressie in de kop van de pancreas door een tumor)
  • Chondrodysplasie
Stoornis in kraakbeenontwikkeling, soms oorzaak van misvorming van beenderstel
  • Congenitaal
Aangeboren
  • Diathese
Aanleg, vatbaarheid
  • Distributievolume (Vd)
  • Vd (distributievolume)
  • Distributievolume:
Vd = Distributievolume (moeder) : Het distributievolume geeft aan in welke mate het geneesmiddel zich verdeelt over geheel het lichaam. Het wordt uitgedrukt in volume per kg lichaamsgewicht. Hoe hoger het cijfer, hoe langer het geneesmiddel in het lichaam blijft. Gentamycine heeft bijvoorbeeld een distributievolume van 0,28 L/kg. Het zal binnen enkele uren uit het lichaam geklaard zijn. Het distributievolume van amitriptyline ligt met 10 L/kg al heel wat hoger. Het kan dan ook weken duren vooraleer alle amitriptyline uit het lichaam verdwenen is.
  • Ductus arteriosus
Ook ductus Botalli genoemd : verbinding tussen de truncus pulmonalis en de aorta boog (open verbinding essentieel tijdens de zwangerschap die moet dicht gaan na de geboorte tot ligamentum arteriosum). Eens de baby zelf ademt, is de zuurstofvoorziening minder efficiënt wanneer de verbinding blijft open staan.
  • Dystocia
Abnormale bevalling (eutocie = normale bevalling)
  • Eclampsie
Convulsies bij een zwangere met toxicose (= syndroom van bloeddrukverhoging, vochtretentie, proteïnurie, nier-, leverfunctie- en stollingsstoornissen)
  • Fibroplasie
Vorming van fibreus weefsel.
  • Floppy infant syndroom
Hypotone toestand met algemene spierzwakte, respiratoire insufficiëntie, zwak huilen, voedingsproblemen en ontbreken van spontane motoriek. Oorzaken zijn zeer divers o.a. neurologische afwijkingen of onderdrukking.
  • Gastroschisis
Aangeboren spleet in de voorwand van de buik
  • Graviditeit
Zwangerschap
  • Gray baby syndroom
Syndroom optredend na systemische toediening van chlooramfenicol aan het kind of kort voor de partus aan de moeder met grijze huidverkleuring, cardiovasculaire collaps en ademhalingsdepressie bij de pasgeborene tgv insufficiëntie van glucoromuyltransferase.
  • Halfwaardetijd
  • T1/2
T1/2 = Halfwaardetijd (moeder) Duidt op de tijd nodig om de helft van de plasmaconcentratie te bereiken. Het gaat hierbij om de eliminatie halfwaardetijd, en niet over de distributie halfwaardetijd. Deze parameter wordt gewoonlijk gemeten bij volwassen niet zwangere patiënten. Bij keuze tussen geneesmiddelen wordt bij voorkeur een genomen met een korte halfwaardetijd (1 à 2 u). Dat laat toe de inname op de tijdstippen van borstvoeding af te stemmen. Medicatie wordt na een borstvoeding genomen om zo weinig mogelijke overgang te hebben in de moedermelk. Bij langer circuleren van het geneesmiddel in het plasma, wordt het moeilijker om overgang in de melk te minimaliseren. Het voordeel van een korte halfwaardetijd vervalt dan weer bij continue inname, omdat een ‘steady state’ concentratie wordt nagestreefd.
  • Hydrocephalie
Waterhoofd
  • Hyperemesis gravidarum
Overmatig zwangerschapsbraken
  • Hypertensie, preëxistente of chronische
Alle vormen van hypertensie die al vóór de zwangerschap bestonden of die werden vastgesteld voor de 20ste zwangerschapsweek
  • Hypertensie, zwangerschaps-
Hypertensie als onderdeel van toxicose (= syndroom van bloeddrukverhoging, vochtretentie, proteïnurie, nier-, leverfunctie- en stollingsstoornissen). Meestal normotensief na de bevalling maar verhoogd risico op herhaling bij volgende zwangerschap
  • Hypertrichosis
Abnormaal sterke haargroei
  • Hypospadie
Aangeboren abnormale uitmonding van de urinebuis aan de ondervlakte van de penis of zelfs ter hoogte van het perineum, doordat deze zich tijdens de ontwikkeling niet heeft gesloten
  • INN
International Non-proprietary Name, algemene internationale benaming van de WGO voor aktieve bestanddelen
  • Insult
Aanval, crisis
  • Intrahepatische cholestase
Verstoorde galafvloei waarbij de oorzaak niet in de extrahepatische galwegen ligt (zoals bij galblaassteen en tumoren van de kop van de pancreas) maar wel intrahepatisch (bv. tgv medicatie)
  • ISA
Intrinsieke Sympathicomimetische Activiteit
  • M/P = melk/plasma ratio
  • Melk/plasma ratio (M/P)
M/P = Melk/plasma ratio (moeder) : Hoe hoger deze parameter, hoe meer geneesmiddel uitgescheiden wordt in de moedermelk. Een factor tussen 1 en 5 wijst op een hoge penetratiegraad (concentratie) al dan niet ten gevolge van accumulatie van het geneesmiddel. Bij waarden lager dan 1 is de penetratiegraad van het geneesmiddel in de moedermelk geringer. Een lage plasmaspiegel bij de moeder resulteert uiteindelijk toch tot geringe transfer bij het kind, zelfs wanneer de melk/plasma verhouding ongunstig is.
  • MAHDD
Maximale aanbevolen humane dagdosis berekend volgens lichaamsoppervlakte
  • Mastitis
Borstontsteking ofwel niet-infectieus (lokale ontsteking) of infectieus (door micro-organismen)
  • Meiose
Celdeling waarbij de chromosomenparen gesplitst worden en elk naar een andere dochtercel gaan om eicel / zaadcel aan te maken (ter vergelijking zie ook mitose)
  • MG
Moleculair Gewicht
  • Mitose
Gewone celdeling waarbij een volwaardige kopie van de cel gemaakt wordt, met vorming van twee identieke dochtercellen (zie ook meiose)
  • Mutageen
Stof die een genetische mutatie (DNA) kan veroorzaken
  • Oligohydramnion
Te weinig vruchtwater
  • Osteogenese
Beenvorming
  • Ocytocisch
Weeënversterkend, bevalling bespoedigend
  • Partus
Bevalling, geboorte
  • Perinataal
Rond de geboorte; betrekking hebbend op de perinatale periode; de perinatale periode bestrijkt een periode van 8 weken voor de bevalling tot de 7de dag na de geboorte.
  • Piekconcentratietijd (Tmax)
  • Tmax (piekconcentratie)
Tmax = Piekconcentratietijd (moeder) : De tijd die nodig is om - vanaf het toedienen - een maximum plasmaconcentratie (Cmax) te bereiken bij de moeder wordt Tmax genoemd. Overgaan van geneesmiddel naar moedermelk is onder andere functie is van de plasmaconcentratie.
  • Preëclampsie
Zwangerschapshypertensie met proteïnurie bij een tevoren normotensieve zwangere; risico : voorstadium van eclampsie
  • Preëclampsie, gesuperponeerde
Hypertensie met proteïnurie bij een tevoren hypertensieve zwangere
  • Prolactine
Hormoon van de hypofysevoorkwap dat de melkproductie regelt. Dopamine-antagonisten verhogen de prolactinespiegel en stimuleren alzo de melkproductie; dopamine-agonisten remmen de melkproductie door de prolactine-spiegel te verlagen
  • RAS
Renine-angiotensine systeem
  • Retrolentale fibroplasie
Bindweefsel vorming achter de ooglens, bij hyperoxygenatie, voornamelijk bij premature kinderen.
  • Spina bifida
Onvolledige sluiting van de bogen van de wervelkolom. Zeer frequent asymptomatisch met toevallige ontdekking. Kan aanleiding geven tot zeer belangrijke neurologische afwijkingen
  • Spina bifida aperta
Zichtbare spina bifida
  • Struma
Kropgezwel, hyperplasie van de schildklier
  • Teratogeen
Kan misvormingen bij het embryo veroorzaken
  • MRHD
Maximale aanbevolen humane dosering.
  • AUC
Area under the curve : stemt overeen met de integraal van de plasma-concentratie gedurende een bepaalde tijdsperiode. Men gebruikt de oppervlakte onder de curve uit een evolutiegrafiek plasmaconcentratie/tijd.
    NL_new

    Disclaimer